Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Je vaart op een mooie zomerse dag langs de Belgische of Franse  kust . Volgens de zeekaart is er 1m waterdiepte bij LAT . Volgens jouw berekening is er een getij van 2m. Jouw boot heeft een diepgang van 2 m. Je bent zeker dat de berekeningen juist zijn en dat jouw positie correct is . In theorie heb je dus 1 m over onder je kiel en toch ben je vastgelopen !!
Hoe is dat mogelijk ?
 1. De getijdentabellen zijn berekende voorspellingen en geen exacte wetenschap.  Fouten in tijd of hoogte die een verschil hebben van 0,5m zijn geen uitzondering.
 2 .Kijk ook eens op de zeekaart wanneer de diepte voor het laatst werd gepeild ? (sommige plaatsen op de Noordzee werden voor het laatst gepeild in de jaren 70 - dit staat vermeld op de zeekaart)
 3. Welke instrumenten werden 40 jaar geleden gebruikt  om deze peilingen te doen?
 4.Wat is de windrichting? De wind kan er voor zorgen dat er meer of minder water staat.
 5. Wat is de luchtdruk ? Het getij wordt gegeven voor een gemiddelde luchtdruk van 1013 Mb.  Bij een  druk 1040 Mb heb al 0,3 m minder water.
Moraal van het verhaal .

- Lees goed de opmerkingen van jouw papieren zeekaart en Pilotboek want ze zouden ook wel bewegingen van zandbanken  kunnen vermelden ( deze opmerkingen zijn meestal niet vermeld op de elektronische kaartplotter).
- Neem een extra veiligheidsmarge buiten de vaarwegen van de beroepsvaart .
- Doe er zeker nog een halve meter bij als je in een hoog drukgebied zit .
- Doe er nog een halve meter bij als de wind dezelfde wind is als het afgaand water.
- Bij afgaand water  neem je uiteraard nog een grotere marge dan bij opkomend water.
- Kijk ook naar de kaartsymbolen  en leer ze te begrijpen : op de bodem kunnen lokaal  (bekende maar ook onbekende) hindernissen  liggen die de waterdiepte plots verminderen ( rotsen , wrakken, afbraakmateriaal).
- Wrakken liggen niet altijd op de juiste plaats . Stormen en stromingen kunnen voor verplaatsingen zorgen.
- Luister naar het scheepvaartbericht. Voor de Westerschelde elk uur op kanaal 14 (Vlissingen) en kanaal 12 (Zandvliet). Men zal er melden of er verlaging (of verhoging) is op de berekende waterdiepte.
Nog een paar opmerkingen :
- Niet alle kaarten staan op LAT ( lowest astronomical tide )
- LAT wil niet zeggen dat het water niet nog lager kan !!
- Ondiep water kan ook een invloed hebben op de manoeuvreerbaarheid van je schip
- Voor een zeilboot met een diepgang van 2m heb ik als regel dat er  minstens 4m water moet staan . Voor een planerende motorjacht met een diepgang van 1 m moet ik ook minstens 4m waterdiepte hebben .
Maak altijd een passage plan waarbij je op voorhand bepaald welke route je zal  volgen die voldoet aan je eisen . Op de meeste kaartplotters ( ook op IPAD ) kan je een kleur instellen voor de diepte zodat je visueel merkt wanneer je in ondiep water komt .

Commentaar of vragen hierover mail ons op nautinstruct@gmail.com